Iedereen kan straks code maken. Maar wie bepaalt of het de juiste code is?
De opkomst van AI verandert softwareontwikkeling fundamenteel. In vrijwel ieder klantgesprek komt AI als onderwerp aan bod, aandelenkoersen laten extreme dalingen en stijgingen zien en je kunt LinkedIn niet openen zonder overdonderd te worden met posts over allerlei Claude- of ChatGPT-playbooks.
Waar het vroeger tijd, kennis en ervaring kostte om software te bouwen, kan tegenwoordig vrijwel iedereen met de juiste tools in een korte tijd werkende code genereren. Dat klinkt als vooruitgang, maar het brengt ook een risico met zich mee dat nog relatief weinig wordt benoemd. Want als iedereen kan bouwen, wie bepaalt dan of er iets goeds wordt gebouwd?
Sneller code genereren betekent niet automatisch betere oplossingen
De snelheid waarmee software nu ontwikkeld kan worden, neemt exponentieel toe. De introductie van low-code was al een game changer voor specifieke doeleinden. AI is de overtreffende trap ervan. Maar wat ik in de praktijk zie, is dat snelheid en kwaliteit lang niet altijd hand in hand gaan. Dat geldt in principe ook bij code schrijven ‘op de oude manier’, maar nu leeft veelal de perceptie dat er door AI direct een goed product gemaakt is.
AI code leidt al snel tot onder andere:
- Meer security-risico’s
- Meer inconsistentie
- Oplossingen die lastig schaalbaar en/of onderhoudbaar zijn
- Veel refactoring na een eerste oplevering
- Meer technical debt, want wie onderhoudt straks al die (shadow) applicaties?
AI kan goed code genereren, maar AI is nog vrij kortzichtig zonder de juiste instructies en context. Anders gezegd, AI maakt keuzes die zonder de juiste context of uitleg heel logisch zijn, maar welke uiteindelijk niet de juíste keuzes zijn.
De rol van developers verandert fundamenteel
Onder andere Gartner wijst erop dat de rol van developers verschuift. Nu AI steeds meer codetaken kan ondersteunen, komt de nadruk minder te liggen op alleen code schrijven en meer op het beoordelen, sturen en valideren van wat er wordt gebouwd.
De developer van morgen is niet alleen "bouwer", maar steeds vaker ook denker, architect, reviewer en beslisser. De rol verschuift van code produceren naar richting geven, kwaliteit bewaken en beoordelen of een oplossing technisch en bedrijfsmatig klopt. Want technische keuzes zijn steeds vaker ook financiële keuzes. Welke architectuur kies je? Wat automatiseer je wel of niet? Waar accepteer je complexiteit en waar voorkom je toekomstige kosten? Juist op dat snijvlak wordt de developer steeds meer een financiële sparringpartner.
AI-kosten ontstaan al in je architectuur
Dat wordt extra relevant nu AI onderdeel wordt van applicaties en bedrijfsprocessen. Voor je het weet zijn niet alleen je tokens opgebrand, maar heb je een applicatie gebouwd waarin een AI- of LLM-aanbieder diep verweven zit in een core businessproces. Functioneel kan dat fantastisch werken, terwijl er tegelijkertijd een stevige financiële afhankelijkheid ontstaat. Als een AI-aanbieder zijn tarieven verhoogt of het licentiemodel aanpast, heeft dat direct impact op de businesscase en de operationele kosten. Daarom hoort dit vanaf het begin onderdeel te zijn van de technische afweging. Niet om AI te vermijden, maar om bewust te kiezen: welke afhankelijkheid accepteren we, waar bouwen we flexibiliteit in en welke financiële risico’s nemen we mee in het ontwerp?
Hetzelfde geldt voor cloudkosten. AI-functionaliteit die draait op bijvoorbeeld Azure, via Azure OpenAI of andere managed services, schaalt mee met gebruik. Niet lineair, maar soms abrupt. Een functie die intern wordt uitgerold, een piekbelasting in een bedrijfsproces of een vergeten rate limit: voor je het weet loopt de maandelijkse Azure-factuur significant op.
In veel gevallen geldt dat het niet direct een reden is om het niet te doen, maar het vraagt wel om bewuste keuzes in architectuur, monitoring en budgetbeheer. Wie dat niet inregelt, ontdekt de kosten pas achteraf. De vraag en relevantie van de ‘vroegere developer’ verschuift daarmee fundamenteel. Voorheen kon je als developer relevant zijn door enkel ‘de beste in techniek’ te zijn. Die tijd is in mijn optiek voorbij.
Van denken vanuit techniek ‘kunnen we dit bouwen?’ naar ‘moeten we dit bouwen?’ en aanvullend ‘waar moeten we rekening mee houden en hoe bouwen we dit economisch verantwoord?’. De mens maakt hier het verschil om impactvolle en business gedreven software te ontwikkelen.
Het echte verschil zit niet in technologie
In een wereld waarin technologie steeds meer commodity wordt, verschuift het onderscheidend vermogen. De techniek an sich maakt niet meer het verschil. De traditionele developer, zoals aangegeven, ook niet.
Het onderscheid zit in developers die begrijpen:
- Welk businessprobleem er speelt
- Welke keuzes gemaakt moeten worden
- Wat wel en niet gebouwd moet worden
- Hoe ze tien stappen vooruit kunnen denken, zodat AI de beoogde oplossing genereert
Juist in een wereld waarin iedereen kan bouwen, wordt het verschil gemaakt door wie begrijpt, kiest en controleert.
Waarom wij investeren in mensen, niet alleen in technologie
Deze ontwikkeling vraagt om een andere manier van werken en om developers die breder kijken dan techniek alleen. Developers die niet beginnen met bouwen, maar met begrijpen. Die niet alleen sturen op output, maar op de kwaliteit van keuzes. En die niet alleen sneller willen ontwikkelen, maar verder vooruitdenken.
Dat is waarom we hier bij Arcady bewust op sturen. Softwareontwikkeling begint voor ons niet bij code, maar bij het scherp krijgen van het echte businessprobleem. Wat moet er opgelost worden? Welke keuzes moeten eerst worden gemaakt? Wat moet juist niet gebouwd worden? En hoe zorgen we dat technologie niet alleen werkt, maar ook waarde blijft toevoegen?
Die manier van denken en werken noemen we de Arcady Way: onze beslissingsgedreven aanpak waarin we eerst richting en keuzes scherp krijgen, voordat we gaan bouwen. Dat is geen methode op papier, maar een manier van werken die we terug willen zien in onze projecten, teams en mensen.
Daarom investeren we niet alleen in technologie, maar juist ook in de mensen die deze keuzes moeten maken. In dat licht is de benoeming van Alexia Charalabidis als Head of People & Culture een bewuste stap. Voor mij is dit geen los HR-thema, maar onderdeel van dezelfde overtuiging: in een AI-gedreven wereld wordt de menselijke kant van digitale ontwikkeling alleen maar belangrijker. Meer over haar benoeming lees je hier.
Wij geloven dat echte digitale vooruitgang ontstaat wanneer mensen en technologie samenkomen. Mensen maken daarin het concrete verschil.
Jeroen